Aan het eind van de studie Opleiding theaterdocent is de student in staat om met anderen een performance (in de breedste zin van het woord) te maken, waarbij verschillende disciplines en tekens ingezet worden ten behoeve van hetgeen de student i.s.m. de speler wil vertellen. Daarbij speelt de context altijd een belangrijke rol. Waar speelt het, met wie, in welke tijd en voor wie.
Tijdens de vierjarig opleiding wordt de student ambachtelijk getraind in het kijken, het lezen van de uitgezette tekens, spelregie, dramaturgie en weet deze te verbinden in de ruimte met de speler(s) voor publiek. Dit resulteert in veelal eigenzinnige theatermakers, die met iedere doelgroep en op elke plek in de stad kunnen maken. Altijd op het snijvlak van artistiek en sociaal-maatschappelijk. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in ‘eigen werk’ waarin de stad als speeltuin van de student naar voren komt; een tour op de Wallen, een kindervoorstelling in het pleintheater, een luistervoorstelling in een skatepark, een dwaaltocht langs verhalen in de wijk of een voorstelling over Mannen in een Loods.
Wie: de student in samenwerking met de ander (klasgenoten en spelers van buiten de opleiding) Wat: vormgeven van diens inhoud d.m.v verschillende disciplines.
Waar: eerst op school en steeds meer naar de plekken waar het werkveld gerepresenteerd is. Wanneer: de context, de plek in de stad en in de tijd bepalen de uiteindelijke signatuur van de maker. De manier hoe inhoud en tekens met context verbonden worden.
Waarom: De inhoud, waarom de student wil vertellen wat de student wil vertellen.
In het eerste jaar wordt de student aan de hand meegenomen om diens eigen signatuur als maker (verder) te ontwikkelen. De student werkt met zichzelf als speler in solo-opdrachten en in diverse maakopdrachten van medestudenten. In de boog van het maken onderscheiden we de lijn ten behoeve van het verder door ontwikkelen van de eigen signatuur en onderzoeken we geleidelijk het werken met ‘de ander’. In het eerste jaar is de ander de maker zelf en zijn klasgenoten. In het tweede jaar zijn dit zijn klasgenoten en spelers van buiten (er wordt gewerkt met MBO-Theater studenten, kinderen uit het PO, spelers naar keuze). In het derde jaar maakt de student een langere boog met spelers van buiten (hierbij gaat het ook om ongetrainde spelers). In de maakboog gaat het ontwikkelen van de eigen signatuur en de pedagogiek hand in hand. Enerzijds ontwikkelt de student diens eigen artistieke denkvermorgen: wat wil ik vertellen en waarom, en anderzijds de manier waarop: hoe ga ik dat doen en met welke tekens wil ik die inhoud overbrengen. Vervolgens is er die stap in hoe dat te communiceren met ‘het publiek’.
In het maken staat interdisciplinariteit bij ons altijd centraal. Muziek, tekst, vormgeving, beweging en spel zijn gelijkwaardige middelen. Hoe kan ik de verschillende tekens inzetten om mijn verhaal vorm te geven. Enerzijds wordt ambachtelijk getraind hoe de tekens te lezen en in te zetten en anderzijds wordt gezocht naar wat de maker wil vertellen, waar het engagement van de student zit en hoe hij deze kan vertalen naar de vloer. In het tweede jaar wordt volgens het tafel-vloer principe gewerkt.
MAAKtrajecten per jaargang
Jaar 1
- Klassikale projecten: maken vanuit licht, kostuum, tekst, bronnen, storytelling, fysiek spel en locatie
- Individuele maakopdracht 1 en 2
- Maakopdracht 1 vanuit eigen bronnen (3 uur met medestudenten)
- Maakopdracht 2 vanuit eigen bronnen (2 dagen met medestudenten)
- Solo-opdracht
Jaar 2
- Klassikale projecten: maken vanuit geluid/video/licht, materiaal, muziek, dans, tekst
- Wisselende keuzeblokken
- Maken/lesgeven met MBO studenten en PO leerlingen
- Individuele maakateliers 1 en 2
- maakatelier 1 vanuit vormgeving (4 dagen met medestudenten)
- maakatelier 2 vanuit vormgeving met een tweede discipline (dans/muziek/beweging)
- voorzien van een dramaturgische boog (4 dagen met buitenspelers)
Jaar 3
- Klassikale projecten: maken vanuit tekschrijven, tekstregie
- Wisselende keuzeblokken
- Vloerproject n.a.v. concepten Prepare
- Maken/lesgeven met PO, VO en leerlingen naar keuze
- Individueel project: Prepare maken langere periode met buitenspelers (20 a 24 repetities)
Jaar 4
‘Eigen werk’: langere periode maken met spelers
In het 4e jaar willen we dat de student een maker is die de tekens van een ander en zichzelf kan lezen en in kan zetten ten behoeve van wat de student met de groep wil communiceren. De maker is zich bewust van diens spelers en de context waarbinnen ze samenwerken. Ook kan de student het maker- en docentschap verbinden in het werken. De student weet hoe de talenten en eigenheid van spelers te herkennen, begeleiden en in te zetten in het werk. Hoe hen als mede-makers aan te spreken. Hoe hen te trainen waar nodig om het spel dat de student voor ogen heeft te ontwikkelen. Hoe te werken aan groepsdynamiek en de sociale component van het werk te laten samengaan met de artistieke.
In het gehele maaktraject van de opleiding is er zowel ruimte voor verbreding alsmede voor differentiatie. Een student die vanaf het tweede jaar diens signatuur wil verbinden met jonge spelers, heeft de mogelijkheid dit te verdiepen, en verbreden ten aanzien van het werken met verscheidenheid qua achtergrond van de jonge spelers. Te weten: mate van ervaring met theater, onderwijsveld en daarbuiten, afkomstig uit verschillende locaties zoals Amsterdam Zuid/Amsterdam Nieuw-West, onderwijsniveau etc.