Periode, duur
Jaar 1, 2e semester, 3 weken
Studiebelasting
Contacttijd: 40 uur
Zelfstudie: 2 uur
Bijdrage aan de competenties
1.1 1.2 1.3 3.3 5.1
Samenvatting van de inhoud
Tijdens de lessen Performance training werken we aan de basishouding van de performer, de student en de groep. We trainen fysiek. Werken aan concentratie, samenspel, strategie, staten van zijn, bewegingskwaliteiten en meervoudige concentraties. In de basis om wakker en rechtop in het hier en nu terecht te komen, zowel als kwaliteit als mentaliteit.
De training poogt een basis te leggen die zowel in te zetten is als theatrale vorm alsmede als basis kan dienen in andere vormen van spelen/ op de speelvloer aanwezig zijn.
Leerdoelen
De student:
- Heeft een alerte concentratie.
- Heeft de juiste fysieke houding.
- Is bereid tot samenwerking en samenspelen.
- Werkt doelbewust en gelaagd.
- Kan intentie scheiden van uitvoering.
Werkvorm(en)
Via fysieke training ontmoeten we onszelf, de ander en de ruimte om ons heen.
Letterlijk beginnen we met hallo zeggen tegen ieder botje en spiertje in het lijf.
Erna werken we aan kracht, beheersing, souplesse, om via concentratieoefeningen, in fysiek en samenzijn, naar meervoudige concentraties te gaan en dan strategisch te leren werken.
De speler in een stapeling van oefeningen komt tot een volgend 'recept':
Een fysieke beperking
Een staat van zijn (of combinatie van-)
Het volgen van een impuls
Het adopteren van andermans impuls
Het geven van tekst
Het behalen van een (fysiek) doel
Wijze van beoordeling
Er wordt in de lessen met diverse werk- en onderzoeksopdrachten gewerkt. Naast de ontwikkeling van de studenten op het artistieke, persoonlijke en fysieke vlak, wordt er aandacht besteed aan een eindoefening.Een zuiverheid van uitvoeren moet leiden tot een gelaagd gevulde aanwezigheid op de vloer met een spannende ontwikkeling waarin slechts de consequenties van het handelen bepalen waar je terecht komt, niet het uitspelen van de vervoering.
Beoordelingscriteria
De student:
- is qua mentaliteit volledig bereid om zonder reserve de opdrachten en het aanbod van haar/zijn medespelers te onderzoeken (bereidheid en samenwerken);
- staat (bij benadering) rechtop, is fit en beheerst zijn lichaam om het zodanig optimaal in te kunnen zetten op de vloer (houding, fitheid, beheersing);
- is alert en toont zowel fysiek als mentaal uithoudingsvermogen (concentratie);
- kan het inzetten van een intentie binnen de performance bij zichzelf en anderen onderscheiden van het zich laten meevoeren in vervoering (analyse/begrip);
- kan verschillende elementen doelbewust inzetten om zijn/haar spel richting te geven (strategie).