Periode, duur
Jaar 2, 1e semester, 7 weken

Studiebelasting
Contacttijd: 14 uur, zelfstudie: 12 uur

Bijdrage aan de competenties
1.1, 1.4, 1.5, 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.6, 5.3, 5.4, 5.6, 6.1, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.6

Inhoud
Vijftien (toneel)teksten worden besproken en geanalyseerd ter voorbereiding/ontwikkeling van het eigen maken. Voor aanvang van lessen wordt de repertoirelijst uitgereikt. Alle stukken/teksten moeten gelezen zijn, voordat de lessen beginnen. Je kunt niet aan de lessen deelnemen, als je niet aan de opdracht voldaan hebt. In overleg met de docent wordt tijdens de eerste les een verdeling gemaakt van de te presenteren stukken in de lessen.

Leerdoelen

  • Analyse van een toneeltekst en context.
  • Een toneeltekst vanuit verschillende perspectieven beschouwen.
  • Analyse vorm en inhoud.
  • Hanteren van dramaturgische instrumenten.
  • Reflecteren op persoonlijke beelden, noodzaak en vragen.
  • Close reading.

Methodiek/Werkvormen
De stukken worden verdeeld in een groepsoverleg voorafgaand aan de start van de lessenreeks. Iedere student neemt samen met een medestudent twee stukken naar keuze voor zijn rekening en bereidt deze voor aan de hand van de volgende vragen. In de lessen wordt gezamenlijk gezocht naar en gesproken over de vormen inhoud van de teksten aan de hand van deze vragen.

  • Wat is de context van het stuk met betrekking tot de tijd, de cultuur en de sociaal, economisch en maatschappelijke situatie?
  • Idem voor de schrijver.
  • Maak een analyse van de vorm en inhoud van de tekst. (denk hierbij aan de dramaturgische lijn, protagonist/antagonist; thema’s en tegenstellingen).
  • Wat is de premisse van het stuk?
  • Hoe drukt de schrijver zichzelf uit door middel van dit stuk (met betrekking tot vorm en inhoud)?
  • Wat spreekt je het meeste aan in het stuk, wat is je verbinding ermee?
  • Kies een scene waarin dit het meest tot uitdrukking komt (hiervan wordt een deel gezamenlijk gelezen en geanalyseerd)
  • Is er een relatie met de huidige context? Met andere woorden: waarom zou het stuk nu gespeeld kunnen worden?

Opdrachten/Wijze van toetsing
Zie opdracht hierboven.

Beoordelingscriteria

  1. De student heeft een actieve werkhouding, en demonstreert wil tot verdieping in de leerstof.
  2. De student toont inzicht in schrijver en context door middel van presentatie aan klasgenoten.
  3. De student toont inzicht in de tekst door analyse toe te passen.

Samenhang met andere vakken
Tekstanalyse is gekoppeld aan de maak- en lesprojecten van de 2e jaars. Ze zetten de opgedane kennis in bij de lessen maken vanuit tekst/tekstregie 1 in het 2e semester, en bij 2e maakatelier waarin een repertoire tekst de bron is.

 

Delen